De Wolf en de Wijsheid van Kwetsbaarheid

Er is een dier teruggekeerd in ons landschap. Een dier dat eeuwenlang werd verjaagd, bejaagd, uitgeroeid en nu voorzichtig weer haar plek opeist: de wolf. Ze sluipt door de bossen, steekt in de schemer de hei over en laat sporen na.
Er is een dier teruggekeerd in ons landschap. Een dier dat eeuwenlang werd verjaagd, bejaagd, uitgeroeid en nu voorzichtig weer haar plek opeist: de wolf. Zij sluipt door bossen, steekt in de schemer de hei over en laat sporen na. Haar aanwezigheid is stiller dan de ophef die zij veroorzaakt, maar misschien is precies dat de spiegel die zij ons voorhoudt: hoe luid onze angst klinkt wanneer iets buiten onze controle beweegt.
De komst van de wolf roept heftige reacties op. Paniek, verontwaardiging, de roep om geweren. We zeggen dat het om veiligheid gaat, maar de vraag is wat we daarmee bedoelen. In Nederland is veiligheid vaak gedefinieerd als afwezigheid van ongemak. Geen risico’s of onverwachte bewegingen. Een wereld waarin wij bepalen welke vormen van leven mogen bestaan en welke niet.
Veiligheid betekent niet dat er nooit spanning is. Het betekent dat spanning niet onmiddellijk wordt beantwoord met vernietiging. Werkelijke veiligheid vraagt dat we onderzoeken wat ons tot controle drijft, dat we voelen waar angst begint en waar verantwoordelijkheid kan ontstaan. Het vraagt dat we leren uithouden wat we nog niet begrijpen, zonder het levende meteen tot vijand te verklaren.
We hebben een wereld gemaakt waarin alles is afgebakend en geregeld, waarin natuur slechts mag bestaan zolang zij zich houdt aan onze voorwaarden. De wolf past niet in die ordening. Zij is geen decoratief dier en ook geen verzinsel uit een kinderboek. Zij is natuur. Ongemakkelijk en onvoorspelbaar, en daarom zo belangrijk. Want haar aanwezigheid toont hoezeer onze definitie van veiligheid samenvalt met controle. Een controle die het ongekende wil reguleren.
We hebben ecosystemen ontwricht, roofdieren uitgeroeid en prooidieren verdreven. En in plaats van ruimte te maken voor herstel, hebben we andere dieren, zoals het schaap, tot product gemaakt. We bepalen waar zij leeft, hoe zij leeft en wanneer haar leven eindigt. Zij mag grazen, maar niet vluchten. Zij mag bestaan, maar alleen binnen de grenzen die wij haar opleggen.
We zetten haar achter dunne draadjes, kwetsbaar voor alles wat leeft, zonder schuilplek, zonder zeggenschap. Niet vrij of veilig. En wanneer de wolf toeslaat, klinkt de verontwaardiging luid. Maar dat is de verontwaardiging van een samenleving die weigert te erkennen dat wij haar nooit een vrij leven hebben gegund en haar geen enkele kans op ontsnapping hebben gegeven. We beschuldigen de wolf van wreedheid, terwijl wreedheid precies is wat wij tot norm hebben gemaakt.
Steeds vaker hoor ik dat de reetjes hier in Drenthe verdwenen zijn. Waar zij vroeger graasden, is het stil geworden. In dezelfde periode hoor ik vaker schoten in de nacht. Misschien zijn het stropers, misschien iets anders. Maar één ding is duidelijk: de wolf is niet de oorzaak van alles wat verloren is. Zij is slechts onderdeel van een keten die wij zelf hebben verbroken.
Er speelt nog iets diepers mee. De aanwezigheid van een carnivorisch dier buiten onze controle raakt aan een oude laag in ons, een laag die we zorgvuldig hebben bedekt met asfalt, regelgeving en licht. De wolf herinnert ons aan een wereld waarin de mens niet de enige kracht was die ertoe deed en waarin wij ook onderdeel waren van de kwetsbaarheid van het geheel. Het ongemak dat zij oproept is niet alleen ecologisch, maar ook existentieel.
In De drempel van waardigheid schreef ik al hoe snel we bepalen wie waardigheid verdient en wie niet. De wolf legt dezelfde drempel bloot, maar scherper. Zij doorbreekt de categorieën waarmee wij het levende ordenen. Zij maakt zichtbaar waar onze ethiek dun wordt.
De wolf kan niet kiezen. Maar wij kunnen dat wel. We kunnen kiezen om het geweer te laten staan. We kunnen kiezen voor voedsel dat geen ecosystemen vernietigt. We kunnen kiezen om ruimte te maken voor herstel, zodat er weer plek ontstaat voor ree, haas, das, vos en wolf.
Herstel is geen sprookje. Wat in Yellowstone gebeurde, bewijst dat indirect herstel mogelijk is. Zelfs in een klein land kan natuur weer ademhalen als wij dat toestaan.
De wolf dwingt ons tot bescheidenheid. Tot herwaardering van het vrije, het ongetemde, het onbegrepen. Tot het besef dat veiligheid niet gelijk is aan controle, maar aan samenhang.
Laten we de wolf verwelkomen als leraar, als symbool van natuur die met ons kan leven, als wij dat ook willen.
En laten we kwetsbaarheid niet langer zien als zwakte, maar als een plek waar wijsheid begint. Want alleen wie zich kwetsbaar durft op te stellen, kan werkelijk in verbinding staan.


