De schaduw van vooruitgang

Terwijl ik schrijf aan een boek over een bijzondere vrouw uit de vorige eeuw en kruidengeneeskunde (het boek na Drinkbare Aarde), verdiep ik me opnieuw in de geschiedenis van dierproeven en vivisectie.
Het loopt mee op de achtergrond, en telkens weer breekt mijn hart om dezelfde reden.
Veel van wat wij vandaag medische vooruitgang noemen, heeft zich hoog verheven. Het is slim, technisch en doelmatig. Die hoogte rust op het meeslepen van lichamen. Ontelbare dieren. Onverdoofd, vastgezet, verminkt en gedood. Voor wetenschap en kennis.
Het leven werd vastgepakt, opengelegd en uit elkaar gehaald, en wat men zocht, glipte steeds weg. Subtiel en levend. Wat overbleef, was een vorm van weten die is gebouwd op een massagraf. Een graf waarop we vaak achteloos ja zeggen tegen pillen, vaccins, protocollen en behandelingen, zonder stil te staan bij de weg waarlangs ze zijn ontstaan.
In systemen en in taal leeft het idee nog altijd voort dat vooruitgang losstaat van wat zij kost.
Dit schrijven is geen oordeel over mensen die zorg nodig hebben, of die vandaag afhankelijk zijn van medische behandelingen. Ik doe een poging om de oorsprong van ons weten niet los te maken van mededogen.
Juist daarom schrijf ik nu over de helende, rijke kracht van de natuur. Over kruiden, over aandacht en over zorg die ontstaat uit afstemming, nabijheid en tijd. Over een vorm van kennis die niet wordt afgedwongen, maar ontvangen.
Want pas wanneer we het volledige verhaal laten bestaan, ook de schaduw ervan, wordt zichtbaar wat er nog meer mogelijk is. Andere paden en andere vormen van weten.
Ik wijs de geneeskunde niet af. Ik weiger om te vergeten. Het is mijn hoop dat zorg opnieuw wordt vormgegeven, met het leven zelf weer als uitgangspunt.
Proefdiervrij, dank voor het blijvend onder de aandacht brengen van de gevolgen van dierproeven, de bestaande alternatieven en het lijden dat proefdieren moeten doorstaan.


