Een ander soort moederschap

Ik zag een oud fragment, ergens uit de jaren vijftig. Een baby aapje, gebruikt voor proeven, telkens opnieuw bewust aan het schrikken gemaakt.
Het kleine lichaam zoekt houvast en klampt zich vast aan een pluchen vorm die nabijheid moet voorstellen. Er is geen moeder, geen echte armen, alleen een surrogaat van troost. Terwijl ik kijk, gaat er iets door me heen dat zich niet laat terugbrengen tot één emotie. Onmacht, woede, een diepe drift om te beschermen. En ook die bijna fysieke behoefte om het kind op te pakken, tegen me aan te houden en veilig te laten zijn, ook al ben ik niet de moeder.
Dat gevoel is me niet vreemd. Ik herken het bij tweedekanshonden die mijn pad kruisen, bij kalfjes die moederziel alleen in plastic hokken liggen, en bij biggen die direct na hun geboorte bij hun moeder worden weggehaald. Hun lichamen nog zoekend naar warmte en contact. Het zijn geen wezens die ik heb voortgebracht, maar wel wezens die in mijn gedachten meegaan. Ik neem ze mee de dag door, en soms ook de nacht in. De vragen die mij wakker houden gaan niet over kinderen die ik zelf heb gekregen, maar over al dat leven dat moederliefde kent en haar toch wordt ontzegd.
Die gevoeligheid draag ik al sinds ik een jong meisje was. Een openheid voor wat onbeschermd is, voor wie buiten het verhaal valt. Toen Maartje en ik Family.Eat.Plant. opdroegen aan onze sterrenkinderen, aan Miep en Pooh, aan de kindjes die zijn heengegaan, raakte dat iets bij iemand anders. Een moeder die zelf een kind had verloren kon dat niet verdragen. Ze zei dat wij nooit zouden kunnen begrijpen wat het is om een kind te verliezen. En daarin had ze gelijk. Ik zal nooit weten hoe het is om een mensenkind te verliezen, of om er een op aarde te zetten. Dat is een ervaring die niet de mijne is, en dat is ook een bewuste keuze geweest.
Wat ik wel ken, is het dragen van een hart met littekens. Littekens van wezens die geen bescherming kregen toen ze die nodig hadden. Van leven dat voelt, hecht en rouwt, maar niet mag meetellen. Niemand kan in het hart van een ander kijken. Niemand weet hoe groot een gevoel is in het lichaam van een ander.
En telkens wanneer die overweldigende liefde zich aandient, bij een kalfje, bij een hond, bij dat aapje op een scherm, begrijp ik iets fundamenteels. Dit is mijn moederlijke ervaring in dit leven. Als vermogen. Een vermogen om zorg te laten stromen voorbij soortgrenzen. Om lief te hebben zonder bezit. Om verantwoordelijkheid te nemen voor wie vergeten wordt.
Dat vermogen zal ik blijven uitdrukken met mijn pen en in mijn werk. Voor hen die in deze samenleving niet meetellen.
Binnenkort mag ik als gast aansluiten bij de theatervoorstelling NoMo – Not Mom van Julika Marijn. Een voorstelling die ruimte maakt voor levens zonder kinderen, en voor vormen van moederschap die zich niet laten vangen in biologie alleen. Het voelt als een bedding voor dit verhaal. En voor alles wat daarin wil blijven stromen.


