Een ander soort moederschap

Ik zag een oud fragment, ergens uit de jaren vijftig. Een baby aapje, gebruikt voor proeven, telkens opnieuw bewust aan het schrikken gemaakt.

Ik zag een oud fragment, ergens uit de jaren vijftig. Een baby aapje, gebruikt voor proeven, telkens opnieuw bewust aan het schrikken gemaakt.

Terwijl ik schrijf aan een boek over een bijzondere vrouw uit de vorige eeuw en kruidengeneeskunde (het boek na Drinkbare Aarde), verdiep ik me opnieuw in de geschiedenis van dierproeven en vivisectie.

Er wordt in de westerse wereld vaak gesproken over ‘ancestors’. Het is een woord dat diepte en oorsprong oproept, maar ik merk dat ik vaak blijf zoeken naar wat er precies mee wordt bedoeld.

Voor mij heeft 2026 een woord. Dierbaarheid. Als een manier van in de wereld staan.

Soms voelt het alsof ik leef bovenop een massagraf, waar goudsbloemen bloeien en eiken zwijgend getuigen.

De stap naar Drenthe heeft veel veranderd. Veel werd duidelijk en veel kwam dichtbij. Veel was spannend en veel was prachtig. Niet het een of het ander, maar alles tegelijk.

In de overgang van de herfst naar de donkerste tijd van het jaar kan er een verlangen ontstaan om je even terug te trekken. Naar binnen, naar stilte, warmte en eenvoud. Naar een behaaglijke bank, dikke hennep sokken en een moment waarin niets hoeft. Deze verwarmende mood milk is bedoeld als metgezel in die tijd. Een drank om langzaam te drinken, terwijl het lichaam ontspant en de aandacht zakt.

Kom op voor de gans, want hun leven staat nu ook in Drenthe op het spel. Hun stem is stilgemaakt, maar de jouwe kan klinken!

De afgelopen twee weken stond ik in de keuken bij Maria & Pepe. We lachten, proefden linzen, lieten kruiden zingen in pannen. Er hing een zachte warmte, een geur die bleef kleven.

Zojuist kruisten beelden mijn pad van een reddingsactie. Schapen, jong nog, wollig en schuw, weggehaald bij een plek van onverdoofde slacht. Door vrienden in veiligheid gebracht. Angstig, maar levend.